Lotte Bronsveld

‘Wordt de verslavingszorg vergoed? Belachelijk!’

Ik werk nu bijna een jaar in de verslavingszorg en dat doe ik met veel plezier. De doelgroep sprak me altijd al aan en tijdens mijn werk is dit bevestigd. Daarnaast ben ik erg blij met de organisatie waarvoor ik werk. Er is veel ruimte voor ontwikkeling middels supervisie en intervisie, een open en ‘platte’ sfeer onder collega’s en veiligheid om je kwetsbaar op te stellen. De combinatie van deze kwaliteiten stimuleert in sterke mate mijn persoonlijke en professionele ontwikkeling. Zo sprak ik onlangs met collega’s over het stigma op verslaving en welke uitwerking dit op verslaafden heeft.

‘Wordt de verslavingszorg vergoed? Belachelijk!’

Laatst had ik het met mijn familie over mijn werk en dus ook over de verslavingszorg. Tijdens het gesprek reageerde iemand fel: ‘Wordt de verslavingszorg dan volledig vergoed? Wat vreselijk! Er zijn allemaal mensen met échte problemen die dat niet vergoed krijgen. En als je verslaafd bent kun je gewoon gratis een behandeling krijgen? Belachelijk!’ Ik merkte dat het me behoorlijk raakte en ik direct in de verdediging schoot: waarom zou een verslaafde geen recht op goede zorg hebben?

Verslaving is je eigen schuld

Er heerst een behoorlijk stigma op de verslavingszorg en verslaafden. Verslaving wordt vaak gezien als ‘je eigen schuld’. Veel mensen associëren het met junks en het criminele circuit. Wanneer ik vertel dat ik in de verslavingszorg werk is de eerste reactie bijna altijd: ‘Goh, wat heftig!’. Ook Gordon Heuckeroth kreeg behoorlijk wat kritiek te verduren toen hij openlijk erkende een verslaving te hebben en daar nu tegen te strijden. Persoonlijk vind ik het ontzettend dapper om hiervoor uit te komen. Daarom hoop ik dat beetje bij beetje het negatieve beeld wat veel mensen over verslaving hebben kan worden kan worden verminderd, zodat er meer ruimte komt voor empathie en begrip.

Bewezen hersenafwijking

Wat veel mensen bijvoorbeeld niet weten is dat mensen met een verslavingsgevoeligheid ook daadwerkelijk een hersenafwijking hebben, waardoor ze vatbaarder zijn voor een verslaving. Zo hebben ze een minder goed functionerend beloningssysteem (wat deels genetisch bepaald is) en werkt de neocortex minder goed waardoor het (korte termijn) verlangen het eerder wint van de rationele overwegingen. Hiermee kan het verslavingsgedrag uiteraard niet gerechtvaardigd worden. ‘Balen, ik kan er dus niets aan doen,’ is geen legitiem excuus van iemand die verslaaf is. Het inzicht dat genetische factoren ook een sterke rol spelen als veroorzaker van verslavingsgedrag geeft echter wel een andere kijk op een verslaving. Hierdoor kan verslaving hopelijk meer gezien worden als een ziekte. Het niet goed functioneren van de hersenen maakt dat de zucht en het effect van verdovende middelen daadwerkelijk sterker wordt ervaren door iemand met deze hersenafwijking, dan door iemand waarop deze afwijking niet van toepassing is.

Onderliggende mechanisme

Iemand met een verslaving wordt vaak als zwak gezien; iemand die zich in zou moeten houden, ‘gewoon moet stoppen’ en geen doorzettingsvermogen heeft. Maar het is vaak ook onvermogen en onmacht, dat voortkomt uit een gebrek aan andere copingvaardigheden of gezonde alternatieve omgangsvormen. Dit kan zich uiten in paniek, een eetstoornis, angstklachten of een verslaving (vaak dus wanneer er sprake is van verslavingsgevoeligheid). Het is een manier om problemen te verwerken voor mensen die moeite hebben om emoties te uiten en bespreekbaar te maken. Je kunt hierbij denken aan personen die kampen met piekergedachten, een sterke kritische stem, destructieve gedachten, of hoge eisen.

Verslaving kan mensen ook helpen om een interne leegte op te vullen. Het neemt bijvoorbeeld tijdelijk eenzaamheid weg, schakelt sociale angst uit, of laat je de werkelijkheid ontvluchten in een roes. Hoe vaker een verslaafde in dit gedrag vervalt, hoe groter de kans dat er een patroon ontstaat waarin verdovende middelen een snelle en makkelijk uitweg zijn. Verslaafden vinden in hun middelengebruik een bepaalde schijnveiligheid, waarvan het steeds moeilijker wordt om zelfstandig uit te komen. In mijn optiek verdient iemand met een paniekstoornis evenveel zorg en aandacht om hiermee om te leren gaan als iemand met een verslaving.

Compassie

Ken jij iemand die verslaafd is? Veroordeel jij deze persoon? Bespeur je een (lichte) negatieve associatie met verslaving bij jezelf? Cliënten gaan dit hoe dan ook merken en voelen. Ik hoop dat we als psychologen begrip kunnen hebben voor welke psychische stoornis dan ook en dat het stigma ook buiten de gezondheidszorg verder af zal nemen. Door compassie en begrip blijf ik nieuwsgierig. Nieuwsgierig naar het verhaal achter de persoon. En in welke stoornis zich vervolgens manifesteert doet er voor mij niet uit. We komen hoe dan ook veel verder wanneer we voor ieders verhaal compassie kunnen hebben.

Categorie: Blog

Naar kennisbank